woensdag
feb012012

De Pauw & Debaets trekken aan alarmbel m.b.t. opleiding energiedeskundige

Alle openbare gebouwen - waaronder ook scholen - met een oppervlakte van meer dan 1.000 m² moeten tegen eind juni 2012 een energieprestatiecertificaat (EPB) ophangen in de inkomhal. Het opstellen van een zo’n Energie Prestatie- en Binnenklimaat (EPB)-certificaat moet gebeuren door een erkend certificateur. Dat laatste betekent dat die persoon een door Leefmilieu Brussel (BIM) erkende opleiding moet hebben genoten. Nu is het zo dat bepaalde Nederlandstalige scholen in Brussel hun eigen energiedeskundigen in dienst hebben, die hun opleiding genoten hebben in Vlaanderen. Het probleem is echter dat het Brussels Gewest een opleiding tot energiedeskundige, gevolgd in Vlaanderen, niet erkent en vice versa.
Bianca Debaets, CD&V-Volksvertegenwoordiger, bracht de problematiek ter sprake bij Guy Vanhengel, VGC Collegelid bevoegd voor Onderwijs.  Als er op korte termijn geen oplossing komt, zullen de scholen moeten terugvallen op de erkende certificateurs van de vrije markt. Hetgeen voor hen een serieuze meerkost betekent: een energieaudit op de privémarkt loopt al snel op tot 500 EUR per school. “Dat kan niet de bedoeling zijn”,  aldus Brigitte De Pauw en Bianca Debaets. “Het is ronduit absurd dat scholen die hun eigen energiedeskundigen in dienst hebben niet kunnen terugvallen op de expertise van deze mensen, enkel en alleen omdat ze hun opleiding in een ander gewest hebben gevolgd. Dit is weer echt “op z’n Belgisch”.”
De Pauw en Debaets zien maar één oplossing: een harmonisering over de gewestgrenzen heen in de opleidingen tot EPB-certificateur. “Op zich kan dat ook niet zo moeilijk zijn: de opleidingen in Vlaanderen en Brussel zijn vrij gelijklopend. Wallonië daarentegen hanteert een andere aanpak, dus dat wordt moeilijker”, aldus De Pauw en Debaets. “Maar voor Vlaanderen en Brussel lijkt het eerder een kwestie van goede afspraken en wat goodwill.  We mogen echter niet uit het oog verliezen dat de tijd dringt.”  Brigitte De Pauw, CD&V-fractievoorzitter, zal Evelyne Huytebroeck, Brussels minister bevoegd voor Leefmilieu, nog ondervragen over een mogelijke wederzijdse erkenning van de opleiding tot energiedeskundige.

Lees meer op Brussel Nieuws

vrijdag
dec092011

Wachtlijst voor betaalbare GOMB-woningen groeit verder aan 

De wachtlijst voor woningen van de  GOMB telt momenteel  13.017 mensen. In 2010 ging het over 11.500 kandidaten die bij de maatschappij een betaalbare woning wilden kopen. De voorbije jaren steeg de belangstelling voor die woningen alleen maar. Op vier jaar tijd werd een verdubbeling opgetekend.

Volgens Brussels Parlementslid Bianca Debaets (CD&V) toont dit aan dat de woningen op de privé-markt voor veel mensen te duur zijn geworden. "De financiële crisis heeft die trend alleen maar versterkt.” Het Brussels parlementslid merkt wel op dat een groot deel kandidaten niet in aanmerking komt, net omdat ze vaak de koop financieel niet aankunnen.

De GOMB is een publiek-private samenwerking die woningen verkoopt die tot dertig procent onder de marktprijs liggen, daardoor zijn ze erg gegeerd. De woningen van de Gewestelijke Ontwikkelingsmaatschappij Brussel (GOMB) worden aan middeninkomens verkocht.
Qua gezinssamenstelling zijn alleenstaanden de grootste groep van kopers (125 kopers in 2010, hetzij 39%). De koppels zonder kinderen en koppels met 1 kind zijn de tweede en derde grootste groep begunstigden.

“Het is de doelstelling van de GOMB de stadsvlucht te keren en gezinnen met een middeninkomen opnieuw aan te trekken naar Brussel”, aldus Bianca Debaets. Van de 2.610 gezinnen die zich in 2010 hebben ingeschreven, woont 18 procent nog niet in het Brussels Gewest. Er is dus wel degelijk interesse om zich in Brussel te vestigen.

donderdag
nov172011

Bianca Debaets in de bres voor een evenwichtigere verdeling tussen arbeid en gezin.

Op 17 december 2008 lanceerde Brigitte Grouwels, toenmalig staatssecretaris bevoegd voor Ambtenarenzaken, een interessant proefproject betreffende de invoering van telewerk bij het Ministerie van het Brusselse Hoofdstedelijk Gewest. Het proefproject ving officieel aan op 8 januari 2009 en eindigde na een termijn van zes maanden. Om budgettaire redenen waren slechts 13 personen betrokken, a rato van 1 dag per week. Uit een tussentijdse tevredenheidsenquête bleek alvast dat de bevindingen in het algemeen erg positief zijn: de weekends worden lichter, men kan meer tijd besteden aan het gezin en de personeelsleden kunnen hun activiteiten beter indelen tussen werkverplichtingen en privé-behoeften. De enige negatieve opmerkingen betreffen de noodzakelijke, maar niet altijd gemakkelijk uit te voeren aanpassingen inzake telefonie en (beveiliging van) informatica. De belangrijkste knelpunten zijn dus informatica en veiligheid.

Met het proefproject telewerk wilde het Ministerie van het BHG een nieuwe stap zetten in de flexibilisering van zijn werkprocessen. Telewerk maakt het mogelijk om meer verantwoordelijkheid te geven aan ambtenaren bij de organisatie van het eigen werkproces. Daarnaast wordt telewerk ook gepromoot om een beter evenwicht te bekomen tussen arbeid en gezin. Het evenwicht tussen een gezin en een professionele loopbaan is immers niet vanzelfsprekend. Vele ouders en vooral moeders gaan gebukt onder een permanent gevoel van druk: ’s morgens ervaren zij stress om de kinderen tijdig naar school te brengen en meteen naar het werk door te rijden, terwijl er ’s avonds sprake is van structurele stress omdat de schooltijd reeds om vier uur afloopt maar de aanwezigheid op het werk tot minstens vijf uur is vereist. Telewerk reikt in dit kader m.i. een zeer goede oplossing aan, die aan werknemers toelaat om thuis de eigen arbeidsuren te regelen. De Brusselse administratie moet telewerk dan ook aangrijpen om een gezinsvriendelijke arbeidscultuur uit te bouwen.

Ondertussen is het telewerken snel geëvolueerd en is er sprake van een nieuwe tendens: het “Nieuwe Werken”. In het concept van het “Nieuwe Werken” neemt het idee van tijd-en plaatsonafhankelijk werken een belangrijke plaats in. In dit concept past het telewerk, dat in deze filosofie niet alleen een oplossing is voor de werkgever (o.a. door een langere bereikbaarheid van de medewerker dan bijvoorbeeld in een 9 tot 17u regime), maar ook voor de werknemer, die soepeler kan omspringen met kantooruren.

De uitbreiding van het telewerk in het MBHG werd op 24 april 2011 via de beleidsnota “Voor een toekomstgericht bestuur” goedgekeurd door de Regering. De uitbreiding van het telewerk is één van deze doelstellingen en beoogt om voor 31 december 2011 het wettelijke, regelgevende en organisatorische kader te ontwerpen zodanig dat het, in het eerste halfjaar van 2012, voor 10% of 160 agenten van het MBHG mogelijk wordt om minstens 1 dag in de week te “telewerken”.



dinsdag
okt182011

“Brussels parlement geeft impuls aan intergenerationeel wonen”

Het Brussels parlement wil intergenerationeel samenwonen aanmoedigen nu het aanbod aan betaalbare woningen in Brussel steeds verder krimpt. Dat blijkt uit een resolutie die op initiatief van volksvertegenwoordiger Bianca Debaets (CD&V), Céline Fremault (Cdh) en de andere meerderheidspartijen vandaag werd goedgekeurd in de Commissie Huisvesting.

Intergenerationeel wonen bestaat erin dat senioren en jongeren samenwonen onder één dak, zodat ze elkaar kunnen helpen zonder daarom hun zelfstandigheid te verliezen. Het ‘samenhuizen’ kan vele vormen aannemen: in de vorm van een kangoeroewoning (met afzonderlijke wooneenheden waarin een senior of een seniorenpaar op autonome wijze samenwoont met een jong gezin), een woning van het type intergenerationeel kot (waar studenten en bejaarden samenleven) of meer gemeenschappelijke woningen.

Bianca Debaets wil intergenerationeel wonen stimuleren omdat het zoveel voordelen heeft: “Het is een oplossing voor jonge gezinnen die op zoek zijn naar betaalbare huisvesting en het haalt senioren uit hun mogelijk isolement. Bovendien ervaren zowel de senioren als de andere generaties het sociaal contact en de huiselijke sfeer als een pluspunt.” De formule is kostenbesparend. Het laat senioren toe om zo lang mogelijk thuis te wonen, in een vertrouwde context, wat velen van hen wensen. Ook op ecologisch vlak is er een positieve return: het gebruik van een gedeelde oppervlakte door een groter aantal inwoners maakt de ecologische voetafdruk immers kleiner.

Niettemin is intergenerationeel wonen nog relatief onbekend. Bianca Debaets pleit er dan ook voor om de woonformule via informatiecampagnes te promoten. Intussen moet de overheid ook de barrières wegwerken waarmee initiatiefnemers worden geconfronteerd. Obstakels zijn er o.a. op financieel en administratief vlak, zoals de huidige stedenbouwkundige verordeningen die aanpassingswerken soms bemoeilijken. Daarnaast lopen personen die intergenerationeel wonen en eigenlijk twee onafhankelijke huishoudens vormen, het risico dat de overheid hen als samenwonenden beschouwt. In dat geval kunnen uitkeringgerechtigde inwoners de hoogte van hun vervangingsinkomen zien dalen.

De resolutie spoort de regering aan om op gewestelijk niveau een label in te voeren. Zo’n label moet het woonconcept definiëren en de voorwaarden vastleggen waaraan intergenerationele projecten moeten voldoen indien ze renovatiepremies willen krijgen. Een label kan ook een kader bieden waarin eigenaars en huurders de wederzijdse rechten en verplichtingen kunnen vastleggen.

dinsdag
okt042011

Eindelijk schot in renovatiedossier Floréal

Aan de Aartshertogensquare in Watermaal-Bosvoorde staan al jarenlang 67 sociale flats leeg. Eindelijk zou er schot komen in hun verbouwing tot 43 bewoonbare flats, zo blijkt uit een antwoord van Christos Doulkeridis, Staatssecretaris bevoegd voor o.a. Huisvesting, op een interpellatie van Bianca Debaets. Voor deze renovatie wordt eind dit jaar een bouwaanvraag ingediend. Bedoeling is dat de werken van start gaan tijdens het tweede semester van 2012. Hoewel dit positief nieuws is, plaats Bianca Debaets toch vraagtekens bij de vertraging die de werken hebben opgelopen. “Er staan momenteel 38.000 mensen op een wachtlijst voor een sociale woning. Zulke aanslepende renovatietermijnen zijn echt niet meer van deze tijd. Ik hoop dan ook dat de fusie van de 33 bestaande huisvestingsmaatschappen de creatie van het aantal sociale woningen verhoogt en de efficiënte afhandeling van de renovatiedossiers wordt verbeterd”, aldus Debaets.

Lees het parlementaire debat
Bekijk het interview op TV Brussel